Profielen en informatica
Binnenkort komt minister Bijsterveld met nieuwe plannen. Of wordt het oude wijn in nieuwe zakken? Volgens eerder persberichten gaan we in de bovenbouw van het vo van vier profielen weer terug naar twee. Men zal het officieel geen bèta- en alfaprofielen noemen. Maar ongetwijfeld zal iedereen ze binnen de kortste keren wél zo noemen. Ook als in het alfaprofiel verplicht wiskunde zit. Als je twee profielen overhoudt, zal dat slecht uitpakken voor het vak informatica.
Goed en slecht
Het gaat goed en het gaat slecht met de informatica in ons land. Goed, omdat ons informaticaonderzoek al lang behoort tot de internationale top. Een voorbeeld: eind vorig jaar kreeg prof. Van der Sloot van de Universiteit van Amsterdam een unieke subsidie van Rusland [ruim drie miljoen euro] voor onderzoek naar ‘urgent computing’. Urgent computing is erop gericht om bij een [dreigende] calamiteit, zoals een overstroming, een pandemie, of zoals recent een grote brand in een chemische fabriek, snel gegevens te verzamelen en deze via supersnelle computers te analyseren door middel van theoretische modellen.
Het gaat ook slecht met de informatica, omdat steeds minder leerlingen en studenten kiezen voor een informaticaopleiding. Niet zonder reden is er een strategisch samenwerkingsverband ict, onderwijs en bedrijfsleven in oprichting. Men verwacht de komende jaren een tekort van tussen de veertig- en tachtigduizend informatici.
Alfa’s cruciaal
De Amsterdamse hoogleraar kunstmatige intelligentie Rens Bod was onlangs in De Volkskrant boos op oud-Shell topman Jeroen van der Veer. Die zong op de tv een loflied over de harde bèta’s: geen smartphone zonder bèta’s en gaat u maar door. Maar bij al die toepassingen speelden alfa’s een cruciale rol. Bèta’s zijn belangrijk, maar belangrijker zijn zij die bèta en alfa creatief weten te combineren. Die vallen bij een tweedeling alfa- en bètaprofiel tussen de wal en het schip. Daarom zijn minimaal drie profielen een noodzaak: alfa, bèta en gamma.
De iPod, de iPad, spraakcomputers, internet: eigenlijk alles wat met ict te maken heeft, kent een alfa-component. De ict-revolutie werd mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van kleine computers met inzet van geïntegreerde schakelingen [de chips], en door de inzichten in de structuur en werking van [o.a. programmeer-] talen en de bijbehorende [formele] grammatica’s.
De pc kent zijn oorsprong in de jaren zestig in de ruimtevaart [Apolloproject]. Door de afstand maan-aarde ontstond vertraging in het overbrengen van het signaal, vandaar dat er de behoefte bestond aan kleine boordcomputers. Later kochten pubers uit Californië die onderdelen om hun eigen computertjes te bouwen. Steve Jobs was er een van. Maar dat is een ander verhaal.
Het tweede moment is puur alfa. Het bewijst dat alfa ook heel exact kan zijn. Eind jaren vijftig presenteerde de Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky zijn boek Syntactic Structures, waarin hij de resultaten van zijn theoretisch onderzoek over grammatica’s uiteenzet. Door inzichten in de formele eigenschappen van talen [dus ook computertalen] was het mogelijk hogere programmeertalen te ontwikkelen. Hierdoor kon men ook veel complexere problemen programmeerbaar maken.
Begin jaren negentig ontwikkelde ik samen met Willy Weijdema een boekje met een lessenserie over taal en computers voor het vak Nederlands en/of informatica in de bovenbouw, getiteld Taalkist. Met de bijbehorende zinsgenerator kan men zinnen en zinsstructuren, maar ook gedichten [zoals haiku’s] generen. Alfa- en bètaleerlingen genoten. Ik heb nog enkele exemplaren van het boekje over en de software is ook beschikbaar. En dat allemaal gratis.
Aan te vragen via:
J.Lepeltak@lepeltakenpartners.nl

