Pas toe of leg uit?
Pas toe of leg uit, was het sympathieke credo van kennisnetchef Toine Maas tijdens zijn slotrede op de Kennisnetvlootschouw vorige maand. Hij bedoelde dat wanneer je als docent heden ten dage geen ict gebruikt in je onderwijs, je iets hebt uit te leggen. Daar lijkt veel voor te zeggen. Alleen gelijk hebben en gelijk krijgen is niet hetzelfde. De vraag is of dit credo in de praktijk van het [voortgezet] onderwijs, ook werkt.
Tijdens de goed bezochte kennisnetdag bleef Vier in Balans+ onveranderd het kompas. Vier in Balans+ is een uitstekend theoretisch concept. Wie is het niet eens met het belang van een gelijke ontwikkeling van visie, digitale content, ict-infrastructuur, deskundigheid en leiderschap [de later toegevoegde plus+] . Probleem is alleen dat het model voor de invoering/implementatie van ict op leraarniveau weinig succesvol is. Het is geen geschikt model voor implementatie van ict, wat het wel pretendeert te zijn. Waarom niet? Omdat het idee, eerst doen aan visieontwikkeling, niet werkt. Om te beginnen suggereert het dat vo-docenten geen visie op leren en hun vak zouden hebben, wat nogal aanmatigend is.
Hoe is de stand van zaken nu? De overzichten in de laatste ict monitor van 2010 gaan terug tot 2008. Kijken we naar eerdere monitoren, dan zien we hoe tergend traag de invoering van ict verloopt. De verklaring zou zijn dat dit komt doordat op veel scholen eerst gewerkt wordt aan de ict-infrastructuur en pas later aan visieontwikkeling. Is dat zo? Ik meen van niet. Als we eerdere onderwijsmonitoren naast elkaar leggen, dan zien we dat vijf jaar geleden zo’n 65 procent van de docenten over voldoende of goede didactische ict-vaardigheden beschikt. In 2007/2008 is dat teruggelopen tot zo’n 59% van de vo-docenten. Voor 2010 is dit percentage niet anders. Daar word je niet vrolijk van. Conclusie: niet in de visieontwikkeling, maar in de professionalisering van docenten zit hem de kneep.
Volgens het recente SLO-leermiddelenonderzoek gebruikt nog altijd meer dan driekwart van de vo-docenten de schoolmethode als leidraad. Minder dan een kwart van de docenten gebruikt nu digitale leermiddelen, al meent men wel dat dit percentage in 2015 is verdubbeld.
Ik heb de opvatting van een gerespecteerde onderwijsonderzoeker als Michel Fullan al eens eerder genoemd in mijn column 4-Uit-Balans. Fullan gaat uit van de docent. Hij onderscheidt bij de invoering van ict drie fases:
[1] Docenten gaan aarzelend nieuwe lesmaterialen gebruiken naar voorbeeld van enthousiaste collega’s. Dat kan binnen de sectie of de school, of ze zien het op seminars, etc. Ze ontdekken dat een bepaalde aanpak met ict werkt en ervaren de meerwaarde van de nieuwe media. [2] Ze gaan, gebruikmakend van bepaalde applicaties, langzamerhand hun lesgedrag veranderen. Het ict-gebruik verankert. De deskundigheid verwerven ze voor een belangrijk deel zelf. [3] Hun visie op onderwijs en leren verandert en bereikt volgens Fullan dan het diepste niveau. Dus: beginnen op het diepste niveau is weinig effectief. Als we iets willen veranderen, moeten we vooral vakgericht zijn. Het is niet voor niets dat in het Nederlandse natuurkundeonderwijs ict al bijna twee decennia een duidelijke plek heeft. Het gebruik van ict en hulpmiddelen als Coach wordt door de individuele docent als verrijking ervaren en maakt ook deel uit van het schoolexamen [in die volgorde]. Om ict succesvol te implementeren, moeten scenario’s worden ontwikkeld die dicht bij de vakdisciplines in de school staan en waarbij professionalisering binnen de vakken centraal staat. Overigens zal de visie dan ook aan de orde komen. Wordt het een niet tijd voor een debat?
j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl
lepeltakenpartners.wordpress.com

