Kennis

Kennis is een ongrijpbaar begrip. Als het gaat om internet, wordt het te pas en te onpas gebruikt. In het Engels hebben ze voor dat ongrijpbare het woord ‘intangible’. Je kunt kennis niet vastpakken of er een strik om heen leggen. Gegevens [data] gaan in de computer. We kunnen die weer opzoeken, manipuleren en ordenen. Dan doen we door middel van de computer [‘l’ordinateur’ is het Franse woord voor computer]. We decoderen en interpreteren de gegevens vervolgens, om zo te komen tot informatie. Het proces van data naar informatie gaat niet altijd vanzelf, dat moet je soms leren. Je leert wel vanzelf je moedertaal spreken, al moet je wel leren lezen en schrijven. Is dit nu kennis?

Soms heb je aan pure informatie genoeg [een dienstregeling van de trein], maar op school wil je uiteindelijk meer, namelijk kennis vergaren, inzicht in allerlei zaken krijgen en die kennis elders weer kunnen toepassen. Het is het manco van ons onderwijs dat dat laatste maar mondjesmaat lukt. Veel kennis zakt snel weg in het moeras van ons geheugen.

In de eerste helft van de vorige eeuw heeft een groep psychologen gezegd: we houden ons niet meer bezig met wat er onder de hersenpan gebeurt en abstracte zaken als kennis. We kijken alleen naar het bijbehorend gedrag [‘behaviour’] dat we kunnen waarnemen. De hersenen zijn een zwarte doos [black box] voor ons. Dus heeft men het over leergedrag en niet over leren. Leren wordt aanleren. Je leert iets aan door mensen [en dieren] te belonen en waar nodig te straffen. Leren als geraffineerd kunstje. Leerstof moet je in kleine stukjes aanbieden en dan steeds positieve of negatieve feedback geven en aanmoedigen/versterken [reinforcement]. In onze schoolboeken vind je daar de sporen nog van terug. Zo heb ik het in diezelfde jaren zeventig, voor het behalen van mijn lesbevoegdheid, bij het vak algemene didactiek ook geleerd.
Het leren van taal beschreef de psycholoog B.F.Skinner, een van de grondleggers van de meest radicale vorm van het behaviourisme, ook in termen van gedrag. De taalgeleerde en filosoof Noam Chomksy, de grondlegger van de moderne taalwetenschap, toonde in de jaren vijftig overtuigend aan dat deze benadering fundamenteel te kort schoot. Chomsky legde de basis voor een theorie/model over hoe we taal verwerven.
Nu is het brein in de mode. Dat is een stap voorwaarts , al mag je een model niet verwarren met de feitelijke processen die zich in onder onze schedel afspelen. Vergelijk het met een model uit de sterrenkunde. De Hubble telescoop of radiotelescopen stellen ons in staat modellen, hypotheses en voorspellingen die eruit voortvloeien, te bevestigen of onderuit te halen.
We kunnen tegenwoordig hersenprocessen steeds beter lokaliseren. Dat komt doordat de techniek ons in staat stelt om te zien waar allerlei activiteiten in onze hersenen zich afspelen. Dat we over de aard en de samenhang ervan nog weinig weten [het achterliggende model], wordt daarbij ook door sommige onderzoekers voor het gemak weleens vergeten. De algemene lessen die wij er voor het onderwijs uit kunnen trekken, zijn nog zeer beperkt. Al weten we bijvoorbeeld wel steeds meer over dyslexie.

Een ‘onderdeel’ van onze hersenen, dat wellicht nooit zal worden aangetoond maar zeker bestaat, is het gezonde verstand van de leraar. Dat blijkt bij twijfel nog steeds een goede raadgever.

Jan Lepeltak
j.lepeltak@.lepeltakenpartners.nl