iPad in de klas
Heeft de iPad onderwijspotentie? We zien enthousiasme bij een nieuwe generatie docenten en dat is maar goed ook. Het waren tenslotte de eerste hobbycomputers zoals de Atari, Commodore 64 en natuurlijk de Apple Macintosh die onze generatie leraren in de jaren tachtig het hoofd op hol brachten.
Toch is enige nuchterheid op zijn plaats. Onlangs las ik in de Volkskrant over scholen die de iPad gaan invoeren. Weg schoolboeken, alles via de iPad. Er dient zich volgens sommige schoolleiders een revolutie aan [alweer?]. Ik heb niets tegen de iPad. Het is een prachtig apparaat. Ik zou dit luxe speeltje niet meer kunnen missen. Heerlijk om supersnel iets multimediaals op te zoeken. Ook een handig digitaal prentenboek waarin je al je foto’s en video’s bij je hebt. Maar bijzonder geschikt voor het onderwijs? Dat moet nog blijken. Het is een lastig apparaat als het gaat om bestandsbeheer, en voor belangrijke toepassingen als tekstverwerking en spreadsheet heb je extra’s nodig. Je kunt niet om de iTunes store heen.
De vraag is of klassikale invoering een doordachte keuze is. Als je van open source software houdt, heb je al gauw een probleem. Het iPad IOS besturingssysteem is een gesloten platform en ontwikkelen is kostbaar en niet zo makkelijk. Inmiddels kunnen heel wat leerlingen en docenten in Flash programmeren, wat erg leuk is voor het maken van leerzame animaties. Maar: Flash werkt niet op de iPad. Er schijnt nu wel een Flashbuilder te zijn, waarop je voor elk platform kunt ontwikkelen. De meeste pro iPad argumenten die in het Volkskrantartikel worden gebruikt, gelden ook voor andere goedkopere tablets en netbooks en laptops. Alleen zijn die of goedkoper [tablets] of je kunt er veel meer mee [de Intel Laptops]. Een woordvoerder van Van Dijks Boekhuis meent dat de iPad de digitalisering enorm zal versnellen. Ik weet niet waar hij dit op baseert. In ieder geval niet op de vrije beschikbaarheid van ontwikkeltools.
Frans Schouwenburg van Kennisnet laat zich niet gek maken en blijft er gelukkig nuchter onder. Het zal allemaal zo een vaart niet lopen. Eerst moet er de visie zijn. Ik vertaal dat vrij naar dat je weet hoe je het onderwijs voor jouw specifieke groep leerlingen optimaal kunt inrichten met gebruikmaking van de beschikbare ict-middelen.
De iPad wordt geroemd om zijn interactiemogelijkheden. Maar het is een nogal povere definitie van interactie die dan wordt gehanteerd. Het is de interactie van de afstandsbediening. Daar is niks mis mee, behalve dat ruim 400 euro wel een behoorlijke uitgave is.
Iedere leerling een laptop of notebook geven, lijkt me vooralsnog daarom goedkoper en handiger. Daar zijn de gebruiksmogelijkheden uiteindelijk groter, zeker voor het vo. Er is veel meer educatieve open source content. Je kunt er allerlei interfaces op aansluiten waarmee je voor de science-vakken metingen kunt doen van bijv. CO2-waardes, temperatuur, vochtigheid, etc. Als je je notebook dan ook nog op het schoolnetwerk kunt aansluiten, hoeft het telecombedrijf er niet te rijk van te worden.
Larry Cuban [emeritus professor in education in Stanford] stelt dat iPads geweldige apparaten zijn om leerlingen mee te pakken. Maar als het nieuwtje eraf is, heb je weer te maken met de echte problemen van onderwijzen en leren. Cuban meent dan ook dat het dure geld voor de iPads beter kan worden gebruikt om docenten te werven, op te leiden en te behouden voor het onderwijs.
Jan Lepeltak
J.lepeltak@lepeltakenpartners.nl

