Had koningin Beatrix niet gewoon gelijk?

Heel digitaal Nederland viel in de winter 2009-2010 over onze koningin. De majesteit had er in haar jaarlijkse kersttoespraak niets van begrepen, zo zou blijken uit haar kritische opmerkingen over het gebruik van internet en sociale media. “Tegenwoordig zijn zelfs buren soms vreemden. Je spreekt elkaar zonder gesprek, je kijkt naar elkaar zonder de ander te zien. Mensen communiceren via snelle korte boodschapjes. Onze samenleving wordt steeds individualistischer. Persoonlijke vrijheid is los komen te staan van verbondenheid met de gemeenschap. Maar zonder enig 'wij-gevoel' wordt ons bestaan leeg. Met virtuele ontmoetingen is die leegte niet te vullen; integendeel, afstanden worden juist vergroot“, aldus de koningin. Het was duidelijk dat ze het had over o.a. Twitter, Hyves en Facebook. Hoon viel haar ten deel bleek uit de ingezonden brieven in de dagbladen. De majesteit had er niets van begrepen, ze moest zelf maar eens Hyves gebruiken of gaan Twitteren. Inmiddels twitteren de aangetrouwde prinsesjes dat het een lieve lust is. Misschien is onze vorstin juist heel progressief en schaart ze zich in de groeiende groep van sociale media sceptici.

Wie ooit in de verleiding is gekomen om op Facebook te gaan, uit nieuwsgierigheid of omdat hij een familielid in een ver land wilde volgen, weet dat je makkelijker uit de Bijlmerbajes ontsnapt dan dat het je lukt om je Facebookaccount op te zeggen. Je krijgt genoeg van vreemde snoeshanen die je ‘vriend’willen worden, of de mededeling dat er nog 12 vrienden op je antwoord wachten. Het begrip vriend is gedevalueerd. Ontvrienden is een geaccepteerd woord geworden.

De afgelopen tijd verschenen in diverse buitenlandse bladen kritische artikelen over sociale media als Facebook. Het aantal sceptici groeit en de kritiek op Facebook ook. Jaron Lanier, digitale pionier van het eerste uur, behoorde tot de eerste critici van sociale netwerken als Facebook. Hij stelde in het weekblad de New Yorker deze zomer dat Facebook zijn geld verdient aan adverteerders die zoveel als mogelijk van elke gebruiker willen weten en er weinig aangelegen is om de privacy van de gebruikers te beschermen.

Ons wordt verzekerd dat persoonlijke gegevens, dus gegevens over een individu, nooit worden afgegeven. Dat ben ik bereid te geloven. Maar intussen blijft er een oceaan gegevens over, die gaan over voorkeuren van mensen van verschillende leeftijden, verschillende landen en culturen, allemaal te vinden op hun Facebookpagina’s.

Een ander opmerkelijk artikel stond in de bijlage van de Figaro deze zomer. Het was een lang artikel over pedofielen die met gefingeerde profielen op Facebook actief zijn, maar ook over tragische voorbeelden van scholieren die letterlijk werden doodgepest op internet en youtube. De sociale media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ze spelen een belangrijke rol in maatschappelijke gebeurtenissen in de wereld. Denk aan wat er is gebeurd in Egypte [positief] en Croyden en Londen deze zomer [negatief].

In een artikel over Sex, Love and Loneliness op internet in een ander recent nummer van de New Yorker gaat Nick Paumgarten uitgebreid in op datingsites en sociale media als My Space en Facebook. De profielen op Facebook zijn gestileerde versies van jezelf of beter projecties van wat je zou willen zijn volgens Paumgarten. Je houdt na het lezen van Paumgarten’s stuk gevoelens van twijfel en eenzaamheid over. Ik ga voor gewone ouderwetse vriendschap. Wat overblijft op den duur is maar een handvol vrienden, maar het zijn wel echte.

Jan Lepeltak

j.lepeltak@lepeltakenpartners.nl