Excelleren, zorgleerlingen en bezuinigen

We zien twee opmerkelijke tegenstromen. Enerzijds komen er financiële middelen vrij voor excellente leerlingen. Anderzijds wordt er stevig bezuinigd op zorgleerlingen die zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs moeten worden opgevangen. Hè? Hier is iets raars aan de hand. We starten scholen voor hoogbegaafde leerlingen, denk aan de Leonardoscholen, maar leerlingen met problemen moeten zoveel zolang mogelijk in de gewone klas blijven. Leerlingen met dyslexie of andere leerproblemen zijn vaak nog wel binnen de school op te vangen, maar er is een groeiende groep met ernstige gedragsproblemen waarvoor dit niet geldt.

Wat hebben deze tegengestelde bewegingen met elkaar gemeen? Ik denk de drang tot bezuiniging. Ik ga nu niet in op al onze torenhoge ambities uit nu en het verleden. Over de Lissabon-doelstellingen en onze aspiraties op de elektronische snelweg [wie gebruikt dat woord überhaupt nog?]. Nederland en Europa: de nummer één kenniseconomie van de wereld. Meters nota’s, beleidsplannen, brieven aan de Tweede Kamer vullen mijn boekenkast.
Zorgleerlingen gewoon weer in de klas [20 procent zorgleerlingen is ook wel veel], en hoogbegaafde leerlingen stimuleren en concentreren. In het Leonardo-concept moeten kinderen met een hoog leervermogen zich in een uitdagende leeromgeving zonder belemmeringen en in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen. Dat lijkt me eerlijk gezegd een doel dat iedere school zich moet stellen.

Komt het uiteindelijk niet neer op een ordinaire bezuiniging? Om te beginnen dit: ict maakt het mogelijk om het onderwijs flexibel te maken, te verpersoonlijken, kortom: op meer op maat te maken. Dus: met goed opgeleide docenten hoeven de meeste zorgleerlingen en de hoogbegaafde leerlingen niet naar een andere school. Er zijn legio mogelijkheden om ze met creatieve inzet van ict op school te houden, wat grote sociale voordelen biedt voor henzelf en hun medeleerlingen. Dat gaat alleen niet vanzelf daar zijn. Er zijn vooral docenten nodig die op deze wijze kunnen en willen werken. Dat is allemaal goed te doen, weten we. Dat kost alleen geld. Maar dat geldt ook voor onze hoogbegaafde leerlingen.
De focus op hoogbegaafdheid komt me bekend voor van de VS, het land met een onderwijssysteem dat op instorten staat. President Obama had het niet voor niets tijdens zijn State of The Union speech over de behoefte aan een nieuw Spoetnikmoment en ziet onderwijs als speerpunt voor de komende tien jaar.

Met de focus op excellente leerlingen legitimeer je dat je te weinig geld uitgeeft aan onderwijs en kansen voor iedereen. Als politici het nadrukkelijk hebben over excellente leerlingen, gaan er bij mij alarmbellen rinkelen. In New York kennen we het openbaar onderwijs van de Board of Education. De bezoeken die ik bracht aan gewone highschools in Harlem of de Lower Eastside, maakte me niet vrolijk. Overvolle klassen. Eén boek voor vijf leerlingen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de board onder burgemeester Bloomberg het systeem wél probeert te veranderen. Een promillage van de echte superslimme slimme leerlingen kunnen, na zware testen en voorselecties, naar scholen als Stuyvestant en Brooklyn Tech. Daar is alles tip top in orde. De nieuwste computers, genoeg goede docenten en je kostje voor de universiteit is gekocht. Je kunt als je ouders veel geld hebben ook naar privéscholen als de Dalton School of een school van de Quakers, maar dat kost je wel nu een modaal jaarinkomen. Ook die scholen kennen wel enkele beurzen toe. Dus als je echt supergoed bent, heb je kans dat het allemaal goed komt. Maar van die echte supergoede leerlingen zijn er nu eenmaal superweinig.

Jan Lepeltak
lepeltakenpartners.wordpress.com